16 10 2022 SCHUWE MAANDAG: herdenking aan Kapel De Vierweg te Roeselare

 Foto's te bezichtigen via

https://photos.app.goo.gl/9qM8i5YDkGQmDWV56 

Foto's Dieter Bostyn

Schuwe Maandag is een begrip dat verwijst naar een reeks vergeldingsacties door het Duitse leger op maandag 19 oktober 1914, bij het begin van de Eerste Wereldoorlog, tegenover de burgerbevolking van Roeselare en omstreken. De naam komt van het gewestelijk dialect waar schuw 'beangstigend' of 'bang' betekent. Schuwe Maandag werd vergeleken met de gebeurtenissen op 29 augustus 1914 na de Slag om Leuven.

Duitse angst voor de Belgische burgers

Het Belgische leger kon in augustus 1914 de overmacht van de Duitsers niet aan. Het was genoodzaakt zich te beperken tot verrassingsacties tegenover de Duitse vloedgolf. Dit zette kwaad bloed bij de Duitsers die de Belgen beschuldigden van laffe aanvallen. Vooral de burgers werden genoemd. De Duitse angst werd door de geallieerde kranten enkel versterkt. De Nieuwe Gazet stelt na gevechten bij Visé: "Er wordt uit huizen geschoten, knapen en vrouwen gooien stenen naar de Duitse soldaten en zelfs bejaarden vuren van achter de deuren op de oprukkende soldaten". De Engelse krant The Sphere drukt op 22 augustus een afbeelding af met als ondertitel: A woman who fired at some Uhlans near Brussels. De burgerbevolking krijgt de naam franc-tireurs.

De Belgische regering probeerde zich van dit imago te ontdoen door een jonge socioloog aan te stellen, Fernand van Langenhove. Van Langenhove schreef in Le Havre het stuk Comment naît un cycle de légendes: francs-tireurs et atrocités en Belgique. Dit stuk had slechts wisselend succes. Het werd in Duitsland volledig genegeerd en begin oktober 1914 weerlegd met het manifest An Die Kulturwelt!. Dit manifest, opgesteld door Ludwig Fulda, werd ondertekend door 92 van Duitslands meest prominente geleerden, schrijvers, denkers en kunstenaars.

Eerste confrontaties

Driehonderd man cyclisten en ruiters werden gespot op 11 september 1914 op weg naar Izegem. Ze werden beschoten door Belgische gendarmes. De Duitsers namen ze voor franc-tireurs, die vanuit een nabij klooster hadden gevuurd. De ulanen namen de paters kapucijnen mee en lieten ze vrij na hun doortocht in Roeselare. Zondag 13 september omsingelden Belgische soldaten van het 6de Regiment Vrijwilligers een groep Duitse ulanen in Zarren. Na een schietgevecht moeten de Duitsers zwaar gehavend vluchten. Later op 9 oktober met de Duitsers naderend, werden in de regio rond Moorslede jonge mannen, waaronder Gustaaf Baele, door patrouilles uit hun huizen gehaald. Ze moesten in de buurt van Roeselare loopgraven graven voor de Duitsers. Wie weigerde werd bestraft. Toen Gustaaf weigerde verloor hij het topje van zijn rechter middenvinger en de top van zijn rechter ringvinger. Gustaafs verminking zou later dienen om een rapport te staven door de Belgische Staatscommissie voor onderzoek naar Duitse oorlogsmisdaden.